De Flatcoated Retriever


Dark Devotion April's Amazing Amy

Een enthousiaste familiehond met werklust!
De Flatcoated Retriever mag dan uiterlijk een beetje lijken op zijn blonde "neefje", de Golden Retriever, maar daar houdt de vergelijking wel op. De hond heeft niet alleen een heel ander karakter, maar hij verdient ook een andere begeleiding. Het is een enthousiaste, gezellige en supervrolijke gezinshond, mits... zijn baasjes appelleren aan zijn werklust. Waar een Golden op leeftijd wat bezadigd kan raken, blijft een Flatcoat tot aan zijn oude dag 'in' voor actie. Een Flatcoat die niets te doen heeft, is dan ook een ongelukkige Flatcoat!

Misschien heeft u wel eens getwijfeld als u een elegante, mooi glanzende zwarte hond in het park zag lopen. Was dat nu een te dunne en te grote Labrador Retriever met een beetje verkeerde vacht, of een zwart kind van een ondeugende Golden Retriever en een zwarte Labrador? Hoewel deze mogelijkheden natuurlijk niet geheel zijn uit te sluiten, is het toch het meest waarschijnlijke, dat de zwarte hond een Flatcoated Retriever was. Dit mooie, elegante en snel ogende ras is weliswaar familie van de bekendere retrievers, maar in uiterlijk en innerlijk verschilt hij toch heel veel van hen.

Retrievers
De letterlijke vertaling van "retriever" is zoiets als "terugbrenger". De honden die tot het groepje retrievers behoren zijn dan ook min of meer specialisten in het opzoeken en apporteren van geschoten wild. Het oudste retrieverras is de Curlycoated; het op een na oudste is de Flatcoated. Daarna volgden de Labrador Retriever en de Golden Retriever, die mogelijkerwijs een nog sterkere invloed van de geïmporteerde honden hebben ondervonden. In het noorden van Amerika ontstond de Chesapeake Bay Retriever en in Canada de Nova Scotia Duck Tolling Retriever, welke laatste in 1982 werd erkend door de Federation Cynologique Internationale (F.C.I.), de internationaal overkoepelende kynologische federatie. AI deze rassen, maar vooral de retrievers die zijn ontstaan in Engeland, hebben geschiedenissen die in elkaar grijpen. Ze zijn vaak meer dan een beetje aan elkaar verwant en hebben een aantal gelijke eigenschappen. De verschillen tussen de rassen zijn meestal terug te voeren op de inzichten van bepaalde fokkers uit de beginperiode. Bij een beschrijving van de Engelse retrieverrassen ontkomt men, door de grote onderlinge verwevenheid, niet aan een vergelijking tussen deze rassen.

Snel
Van de retrieverrassen wekt de Flatcoated het sterkst de indruk van snelheid. Zijn hoofd is vrij smal en de stop (de overgang van neusrug naar voorhoofd) ontbreekt nagenoeg, wat hem een gestroomlijnd profiel bezorgt. Het lichaam van de Flatcoated is van boven gezien minder breed dan dat van de Golden, al moeten zijn middelste ribben goed gerond zijn. Het brede en tonvormige van de Labrador is hem volstrekt vreemd. Zijn "racy'' uiterlijk dankt de Flatcoated vooral aan zijn Setter voorouders en aan de Border Collies (meer waarschijnlijk de Working Sheepdogs). De aard van de Flatcoated past bij zijn uiterlijk en is gericht op actie, snelheid en afwisseling. Het door en door rustige en stabiele, dat de andere (meer) moderne retrievers wel over zich kunnen hebben, mist hij. Nu zijn; over de gehele kynologie genomen, de jongste rassen over het algemeen gespecialiseerder dan de oudere rassen. De moderne maatschappij lijkt (of is het inmiddels "leek"?) meer te vragen naar experts dan naar allrounders.

Historie
De oorsprong van de Flatcoated Retriever ligt in Engeland, waar deze rashonden werden gebruikt om aangeschoten en dood wild te apporteren. Op jachtdagen kwamen veel honden met elkaar in aanraking, en hiervoor was een vriendelijk en gezeglijk karakter een eerste vereiste. Ook moesten de honden graag te water gaan en moeiteloos dichte dekking overwinnen zoals bramen en brandnetels.

Moed en uithoudingsvermogen waren nodig voor een dag hard werken. De basisingrediënten voor dit type jachthond zijn naar alle waarschijnlijkheid de St. Johns Dog, Spanielvariëteiten. Pointers en Setters. Door deze honden met elkaar te kruizen en hier weer selectie op toe te passen kreeg men honden die graag te water gingen, over een goede apporteer lust beschikten en een uitstekende neus hadden. Een van deze kruisingen, toen bekend als de 'Wavy-coated Retriever', was erg populair en met zijn neef de 'Curly Coated Retriever' werd hij door het hele land gebruikt door zowel jachtopzieners als de jagende notabelen. Deze 'Wavy-Coated Retriever' was de voorloper van de huidige Flatcoat. Naar alle waarschijnlijkheid is rond 1890 Colliebloed ingefokt waardoor de gladdere vachten ontstonden. Het was rond 1900 met name Mr. S.W. Shirley en later Mr. Reginald Cooke (Riverside) die de Flatcoat verder ontwikkelde. Het werd een ras met zo veel kwaliteiten dat het de meest populaire Retriever werd tot aan de 1ste Wereld Oorlog. Na deze periode nam het aantal flatcoats snel af, mede door de enorm toenemende populariteit van Golden- en Labrador Retrievers. Desalniettemin bleef een aantal fokkers het ras trouw, waaronder Mr. Stanley O'Neill (Pewcroft) en Mr. Colin Wells ("W''-kennel). Er volgden andere fokkers van importantie, waarvan de bekendste Mrs. Dr. Nancy Laughton (Claverdon) is.

Het is dankzij deze trouwe voorvechters van het ras dat de Flatcoated Retriever nu nog altijd een bekend en op zich zelfstaand, bijzonder ras is. Nederlandse liefhebbers van de Flatcoated Retriever hebben in het begin van de jaren zeventig gastvrijheid genoten bij de Golden Retriever Club Nederland. Incidenteel zijn in de daaraan voorafgaande jaren Flatcoated Retrievers geïmporteerd. In 1963 wordt door mr. F.B. s'Jacob het eerste nest Flatcoated Retrievers in Nederland gefokt. Omdat op dat moment in Nederland geen geschikte reu voorhanden was, werd sperma vanuit Engeland overgevlogen. Begin 1972 werd in Nederland een 'eigen' rasvereniging opgericht, die op 18 oktober 1972 de voorlopige erkenning van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland kreeg. Begin 1973 werd deze omgezet in de definitieve erkenning van de Flatcoated Retriever Club.

Gezondheid
De Flatcoated Retriever is een op zich gezond ras: volgens de boekjes bereikt de gemiddelde Flatcoat zelfs de respectabele leeftijd van zo'n 12 jaar. Er lijken echter aanwijzingen te zijn dat de gemiddelde levensverwachting dalende is, en dat een gemiddelde leeftijd van 10 jaar realistischer is.

Zoals bij veel rassen, komen er ook bij de Flatcoated Retriever incidenteel erfelijke afwijkingen voor. Zo is het ras gevoelig voor heupdysplasie (HD, een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten) Patella Luxatie (PL, een afwijking aan het kniegewricht waardoor de knieschijf uit het kniegewricht kan schieten), PRA / CATARACT (afwijkingen aan het oog die blindheid kunnen veroorzaken) en epilepsie. Daarnaast lijken allergische huidafwijkingen in het ras voor te komen. Deze kunnen door huidcontact met bepaalde stoffen of door het eten van bepaalde stoffen worden veroorzaakt, maar de meest algemene oorzaak is een overgevoeligheidsreactie. Deze overgevoeligheidsreacties treden op als de hond antistoffen ontwikkelt tegen bepaalde stoffen, zoals bijvoorbeeld tegen stuifmeelpollen. Deze vorm van allergie heeft vaak een genetische basis en komt vaker voor bij teven dan bij reuen. In het algemeen geldt dat de meeste Flatcoats niet behept zijn met een van bovenstaande problemen, blaken van gezondheid en... bruisen van de energie!

Uiterlijk
Als de Flatcoated Retriever niet zo ongelooflijk enthousiast en speels zou zijn, en als dat staartje niet voortdurend aan het kwispelen was, zou je het uiterlijk beslist kunnen omschrijven als 'statig'. Het is een mooie, slanke hond die gezegend is met een bijna adelijk hoofd op een prachtige lange, droge hals. Het lichaam van de Flatcoat is iets langer dan hoog en de lendenen zijn kort en vierkant. De borst is tamelijk breed en diep. De leverkleurige of zwarte vacht is dicht en van fijne tot middelfijne structuur. De benen en staart moeten goed bevederd zijn. Een rijke bevedering maakt bij een volwassen hond het elegante beeld van een goede hond compleet. Die vacht heeft overigens niet al te veel verzorging nodig: als de vacht eenmaal is opgedroogd na een enthousiast zwempartijtje of modderbad, laten vuil en modder zich vrij gemakkelijk uit de vacht borstelen. Een lichte borstelbeurt eens per week is voldoende, maar de dichter behaarde plaatsen moeten wat beter in de gaten gehouden worden. Met name de broek en de staart verdienen wat extra aandacht tijdens het kammen. Als het haar tussen de voetzolen wat langer is kunt u dat beter wegknippen, omdat zich hierin gemakkelijk steentjes en gras kunnen vastzetten. Het is aan te raden om 1à 2 keer per jaar met de hond naar de trimsalon te gaan, zodat de vacht goed wordt verzorgd en in model wordt geknipt.

Karakter
De Flatcoated Retriever is een hond die kracht toont zonder grof te zijn, en snelheid uitdrukt zonder iel te zijn. Het is een slimme, actieve jachthond met een intelligente uitdrukking. Hij is vriendelijk gezind en vol zelfvertrouwen, en hij gaat met een eeuwig kwispelende staart door het leven. Die staart kan in de huiskamer voor nogal wat ongelukjes zorgen: zorg dus dat u de koffiekopjes, glazen limonade en bloemenvazen in veiligheid brengt!

Met zijn ondeugende gevoel voor humor lijkt deze 'clown' nooit volwassen te worden. Hij loopt over van plezier en is gek op water. Voor een Flatcoat moet u bovendien nogal van het actieve type zijn: de hond heeft altijd iets nodig om zijn geest en lijf bezig te houden. Hij doet dan ook niets liever dan dingen oppakken en apporteren.

Een Flatcoated Retriever verschilt op een aantal, punten duidelijk van de andere retrieverrassen. Zo is hij later volwassen dan de andere Retrievers (wat betekent dat u meer geduld nodig zult hebben bij zijn opvoeding en training) en is hij temperamentvoller, ondeugender en beweeglijker. Een Flatcoat vraagt aandacht, veel aandacht. Mede hierdoor en doordat hij later volwassen is blijft een Flatcoat ook op oudere leeftijd zeer actief. In het algemeen is de Flatcoat ook drukker (meer aanwezig) dan zijn 'neven'. Als de hond niet de aandacht en beweging krijgt die hij nodig heeft, kan hij nerveus gedrag ontwikkelen. Hij heeft dan ook veel behoefte aan vrije beweging: twee uur wandelen per dag is echt geen overbodige luxe. Mits voldaan aan zijn behoefte tot dingen doen is de Flatcoat een zachte, stabiele hond die redelijk eenvoudig is op te voeden. De honden zijn intelligent en leergierig, en daardoor bijzonder snelle leerlingen. Van nature heeft de Flatcoat veel eigenschappen die hem tot een waardevolle jachthond maken. Hij heeft apporteerlust, is snel, intelligent, onvermoeibaar en heeft een goede neus. Ook gaat hij graag te water, waarbij hij niet snel last heeft van de kou.

Bij de (jacht)training is het wel zaak rekening te houden met het feit dat een Flatcoat veel passie heeft en wel eens wat ongedurig kan zijn. Zelfbeheersing is iets waar veel aan gewerkt moet worden! Ook moet men rekening houden met het feit dat de Flatcoat laat volwassen is: hij blijft heel lang speels en 'vergeet' regelmatig spontaan wat hij tot dan toe geleerd heeft. Ga dan ook niet met hem trainen als u haast heeft, eigenlijk geen zin heeft of als u zich niet lekker voelt, maar neem er de tijd voor en hij zal u uiteindelijk belonen door met plezier voor u te werken.

Levendig
Doordat de Flatcoat zo veelzijdig is mist hij, zeker in zijn jeugd de rust van de andere retrievers. Er is zoveel dat hem nieuwsgierig maakt en prikkelt. Hij wil actief zijn en van alles ondernemen en onderzoeken. Dit heeft consequenties voor zijn eigenaar. De Flatcoat moet een gedegen opvoeding krijgen om hem in goede banen te leiden. Met strakke maar zachte hand behoort de jonge (gevoelige) Flatcoat te leren wat wel en niet is gewenst. De Flatcoat is geen zwarte Golden of een langharige Labrador, zoals sommige mensen wel eens denken. Het idee dat retrievers op kleur en haar na wel één pot nat zouden zijn, is beslist niet waar. De temperamentvolle Flatcoat heeft veel beweging nodig. Hij is levendig, enthousiast en ondernemend, en hij vraagt de eerste 2 jaar veel inzet van zijn baas. Met een puppycursus en driemaal daags een blokje om ben je er niet met een Flatcoat. Er zal gewandeld en getraind moeten worden en de baas zal steeds bedacht moeten zijn op speelse ontduikingen van de gestelde gehoorzaamheidsnormen, zgn. puppy- en pubergedrag. Op de leeftijd van een jaar of drie tot vier is de Flatcoat als het goed is een prettige, lieve, gehoorzame en werklustige hond. Als het niet goed gaat, is hij een drukke, zenuwachtige en ongehoorzame hond die dan meestal de goodwill van zijn mensen heeft verspeeld. De schuld van de hond is dat natuurlijk niet. Het zijn de mensen die zich niet goed hebben laten voorlichten en die zich niet hebben gerealiseerd dat een Flatcoat veel beweging en begeleiding nodig heeft om uit te groeien tot een fijne kameraad.

De Flatcoated heeft in onze tijd nooit de populariteit van de Golden en de Labrador kunnen evenaren. Voor het ras is dit wel zo gunstig, omdat de Flatcoated Retriever nu eenmaal veel meer van zijn mensen "vraagt" op het gebied van beweging, actie en consequentheid.

Lang Jong
Alle honden moeten "rechtlijnig" worden opgevoed, maar de een heeft een dergelijke begeleiding harder en langer nodig dan de ander. De Flatcoated behoort tot het soort dat lang onvolwassen blijft en dat door een rustige, consequente opvoeding zelfvertrouwen moet krijgen. De meeste honden zijn op de leeftijd van anderhalf jaar al aardig "fatsoenlijk". De Flatcoat kan zich echter op die leeftijd nog puppy-achtig gedragen. Hij is slim, en hij weet best wel wat er van hem wordt verwacht, maar hij kan de diverse verleidingen nog niet weerstaan. Het is zo leuk om door te rennen als je wordt geroepen, en waarom zou je steeds die dummy (het canvas apporteervoorwerp) terug brengen als je er leuk mee kunt spelen...... Daarbij komt nog zijn aanleg en enthousiaste temperament die hem tot allerlei probeersels uitnodigen. De jonge Flatcoat kan net zo goed als de Golden en de Labrador leren wat er van hem wordt verwacht maar hij zal wat hij heeft geleerd niet altijd uitvoeren. Als hij zijn dag heeft, kan hij op een apporteerproef briljant apporteerwerk laten zien maar heeft hij zijn zinnen op andere dingen gezet, dan laat hij het ooit helemaal afweten. De andere retrievers zijn in hun jeugd, maar ook later over het algemeen veel gelijkmatiger in hun prestaties. De Flatcoated heeft meestal nog ruim een jaar meer nodig om een enigszins vergelijkbare mate van betrouwbaarheid in zijn werk te krijgen.

Rasstandaard

Oren:
Klein en goed aangezet, dicht tegen de zijkant van het hoofd.

Ogen:
Van middelmatige grootte, donkerbruin of hazelnootkleurig. Een rond bol oog is zeer ongewenst en de ogen mogen niet schuin geplaatst zijn.

Neus:
De neus is van flinke maat, met wijde neusgaten.

Hoofd en schedel:
Het hoofd moet lang en mooi gevormd zijn. De schedel plat en gematigd breed met een lichte in zinking of stop tussen de ogen. De kaken moeten lang zijn en sterk.

Mond en gebit:
Sterke kaken met een volstrekt regelmatig en compleet scharend gebit. De tanden moeten gezond en sterk zijn.

Benen:
De voorbenen moeten recht zijn met tot aan de voeten toe bot van goede kwaliteit. De achterbenen moeten goed gespierd zijn. De knie en hak moeten gematigd gehoekt zijn, de laatste laag bij de grond de hak moet in elk opzicht correct staan.

Hals:
Het hoofd is goed op de hals geplaatst, de hals is redelijk lang en vrij van keelhuid. De hals moet evenredig zijn en schuin overgaan in de schouders met een goede overgang naar de rug.

Lichaam:
De borst is diep en breed, met een duidelijke voor borst. De voorste ribben zijn vrij plat. Het lichaam laat geleidelijk meer geronde ribben zien en de middenribben zijn goed gewelfd, maar de achterste weer wat minder. De lendenen moeten kort er vierkant zijn. Reuen wegen circa 25-35 kilo en hebben een schofthoogte van zo'n 58-61 centimeter, teven hebben een gewicht van zo'n 22,5-30 kilo en een schofthoogte van circa 55-58 centimeter.

Voeten:
De voeten moeten rond en sterk zijn met de tenen strak tegen elkaar en goed gebogen. De voetzolen zijn dik en sterk.

Staart:
De staart is kort, recht en goed aangezet. Hij wordt vrolijk gedragen, maar nooit veel boven de ruglijn

Vacht:
De vacht moet dicht zijn, van fijne tot middelfijne structuur en zo glad mogelijk. Benen en staart moeten goed bevederd zijn. Slechts de kleuren zwart of lever zijn toegestaan.

Gangwerk:
Het gangwerk is vlot en stuwend, recht en krachtig zowel gezien vanuit de voorhand als vanuit de achterhand.