De Golden Retriever

Golden Retriever Lovely Passion Xpression van Flolain "Laika"
Algemeen
De Golden Retriever komt oorspronkelijk uit Engeland en is gefokt voor het
apporteren van geschoten wild. Het is een stevig gebouwde hond met een
vriendelijke uitdrukking. De beharing van de hond is vlak of golvend in elke
tint van goud tot roomkleur.
Karakter
De Golden Retriever is vriendelijke en sociaal. Ook zeer evenwichtig,
zelfverzekerd en intelligent. Ze mogen nooit met harde hand worden aangepakt,
want daarmee wordt hun gevoelige aard geweld aangedaan. Wel dient men consequent
te blijven met de trainingen en is het belangrijk zijn goede gedrag direct te
belonen, bijvoorbeeld d.m.v. een brokje.
De meeste Goldens houden van zwemmen en regelmatig wandelen in de natuur, bos,
strand, enz. Als de hond, na ongeveer 18 maanden, uitgegroeid is vindt hij het
geweldig om langs de fiets te lopen.
De Golden is een zeer veelzijdige hond. Hij werkt graag voor zijn baas. Dus
actief bezig zijn in de vorm van flyball, behendigheid, jacht – apporteren of
gehoorzaamheid is een prima leersschool voor hem.
Verder wordt hij door zijn stabiele karakter veelvuldig ingezet als
blindengeleidehond, signaalhond en reddingshond.
Het specifieke karakter maakt van hen een prettige gebruikshond en tevens een
ideale gezinshond.
Vachtverzorging
De Golden moet regelmatig gekamd en geborsteld worden. Vooral op de plaatsen die
gemakkelijk kunnen gaan klitten, zoals: de broek, achter en onder de oren en de
hals. Het is aan te raden om 1 à 2 keer per jaar met de hond naar de trimsalon
te gaan, zodat de vacht goed wordt verzorgd en in model geknipt.
Showhonden hebben meer verzorging nodig en moeten regelmatig trimbehandelingen
ondergaan.
Gezondheid
De Golden is op zich een gezond ras met een gemiddelde leeftijd van 12 à 14
jaar. Zoals bij veel rassen komen er ook bij de Goldens incidenteel erfelijke
afwijkingen voor. Zo is dit ras gevoelig voor heupdysplasie (HD), afwijkingen
aan het oog (PRA-CATARACT) en epilepsie. Vanwege bovenstaande afwijkingen is de
officiële fokker (lid van de Golden Retriever Club Nederland) verplicht de hond
hierop te laten onderzoeken alvorens men met de hond een nestje wil gaan fokken.
Als bewijs zijn de uitslagen van deze onderzoeken vastgelegd op formulieren van
de Hirschfeld Stichting. Een kopie hiervan is in het bezit van de fokker.
De Golden Retriever Club Nederland (GRCN)
Deze vereniging is opgericht in 1956 en erkend door de Raad van Beheer, Zij
behartigt de belangen van het ras. De leden ontvangen 6 keer per jaar het
clubblad “Het Golden Nieuws” Tevens verschijnt elk jaar het zgn. “Jaarboek”,
waarin algemene informatie over het ras en de vereniging wordt gegeven en waarin
de fokkers hun jaarplannen bekend kunnen maken.
De GRCN organiseert een groot aantal evenementen, zoals:
- De Kampioensclubmatch: Op deze dag worden alle ingeschreven honden beoordeeld
op uiterlijk en karakter.
- De Fokdagen: Op deze dagen worden de jonge 1- jarige honden per nest
beoordeeld. Beantwoorden zij aan de verwachtingen die men had gemaakt bij de
specifiek gekozen fokcombinatie van reu en teef. Ook worden de nieuw
geïmporteerde honden nauwkeurig bekeken op vele eigenschappen.
- Diverse veldwerkevenementen, zoals club diplomadagen, working testen,
orweja-jachthondenproeven en veldwedstrijden. Op deze evenementen worden de
honden op hun natuurlijke jachtaanleg en getraindheid beoordeeld. Op de
veldwedstrijden zijn werkkampioenschapskwalificaties te behalen.
- Gedrags- en gehoorzaamheidsexamens: Het totale pakket bestaat uit drie
cursussen, namelijk de Puppycursus, de Golden Basisopleiding (=GBO) en de
Voortgezette Golden Basisopleiding (=VGBO). De opleidingen zijn erop gericht de
honden zover te brengen dat ze welopgevoed door het leven kunnen.
- Georganiseerde Wandelingen voor de leden van de club.
- Informatiedagen met lezingen, trimcursussen, e.d.
Rasstandaard
Oren:
Van matige grootte en geplaatst op gelijke hoogte met de ogen.
Ogen:
Donker bruin, goed uit elkaar geplaatst, met donkere oogranden.
Neus:
De neus is van flinke maat, met wijde neusgaten.
Hoofd en schedel:
Het hoofd moet in balans zijn en fijn besneden met een brede, maar niet grove
schedel; goed geplaatst op de hals, met een krachtige, brede snuit. De lengte
van de voorsnuit dient gelijk te zijn aan de afstand tussen duidelijke stop en
de occiput.
Mond en gebit:
Sterke kaken met een perfect, regelmatig en volledig schaargebit; d.w.z. tanden
van de bovenkaak net voor, maar rakend aan die van de onderkaak.
Achterhand:
Lendenen en achterbenen sterk en gespierd, met goede schenkels en goed gebogen
knie. Lage sprongen. Van achteren gezien moeten de benen recht zijn en niet naar
binnen of buiten knikken. “Koehakken” erg ongewenst.
Hals:
Dient van een goede lengte te zijn, droog en gespierd.
Lichaam:
Evenredig gebouwd, lendenen kort, diep in de hartstreek. Ribben diep en goed
gewelfd. Rechte bovenbelijning.
Voeten:
Ronde kattenvoeten.
Staart:
Aangezet en gedragen op dezelfde hoogte als de rug en net lang genoeg om tot de
hak te reiken, zonder krul aan het eind.
Vacht:
Vlak of golfend met goede bevedering en een dichte, waterbestendige ondervacht.
Gangwerk:
Krachtig en stuwend. Recht en vlak zowel voor als achter. Van opzij gezien moet
het gangwerk een lange vrije pas vertonen zonder een spoor van steppen met de
voorbenen.
Hoogte:
Schofthoogte reuen: 56 – 61 cm
Schofthoogte teven: 51 – 56 cm