Ras Informatie
Flatcoated Retriever (sinds ca. 1860)
Oorsprong
Een kruising tussen Newfoundlander en Labrador Retriever. Genoemd Wavy Coated
Retriever. Daarna waarschijnlijk doorgekruist met Setters (Ierse en Gordon) en
Collie.
Land van herkomst
Engeland
Algemeen beeld en kenmerken
Een vrolijke actieve hond van middelmatige grootte, met een natuurlijke aanleg
tot jachthond.
Vol zelfvertrouwen en vriendelijk.
Intelligent, blijmoedig, enthousiast en zeer levenslustig.
Africhten is minder makkelijk vanwege zijn vrolijke enthousiasme.
Een echte doe-hond, met een enorme passie voor water.
Ideale hond voor jacht, apporteren, flyball en behendigheid.
Heeft regelmatig beweging nodig om de lichamelijke conditie op peil te houden en
verveling te voorkomen.
Kleur
Zwart of leverkleurig
Gewicht
Reu 25 – 35 kg
Teef 23 – 30 kg
Hoogte
Reu 58 – 61 cm
Teef 55 – 58 cm
Vacht
Deze moet dicht zijn en van goede kwaliteit, zo glad mogelijk. Met een rijke
bevedering van benen en staart.
Klik hier voor uitgebreide informatie over Flatcoated Retrievers
Golden Retriever (sinds ca. 1868)
Oorsprong
Van oorsprong een kruising tussen een gele Wavy Coated Retriever en een Tweed
Water Spaniel
Land van herkomst
Engeland
Algemeen beeld en kenmerken
Een gehoorzame en intelligente hond van middelmatige grootte, met een
natuurlijke jachtaanleg.
Gemoedelijk, vriendelijk en vol zelfvertrouwen.
Zeer populair vanwege zijn aantrekkelijke karakter.
Actieve en krachtige werkhond.
Heeft regelmatig beweging en verzorging nodig om de lichamelijke conditie op
peil te houden.
Kleur
Elke tint van goud tot roomkleur
Gewicht
Reu 32 - 36 kg
Teef 27 - 32 kg
Hoogte
Reu 56 - 61 cm
Teef 51 - 56 cm
Vacht
Lang, vlak of golvend met goede bevedering en een dichte waterafwerende
ondervacht.
Klik hier voor uitgebreide informatie over Golden Retrievers
Labrador Retriever
Algemeen beeld:
Typische raskenmerken:
Temperament:
Aard:
Hoofd/schedel:
Ogen:
Oren:
Mond:
Hals:
Voorhand:
Lichaam:
Achterhand:
Voeten:
Staart:
Gang/beweging:
Vacht:
Kleur:
Hoogte:
Gemiddelde leeftijd:
Oorsprong:
Groot-Brittannië
Gehouden als:
Jachthond, hulphond en gezinshond
Algemeen Voorkomen:
Sterk gebouwde, korte hond met een brede schedel, een brede borst en ribben, en
een brede achterhand. De kenmerkende 'otterstaart' is middelmatig lang, zeer dik
bij de aanzet en geleidelijk toelopend in een punt. Rondom bekleed met een korte
dikke vacht, waardoor de staart de bijzondere ronde vorm krijgt.
Sterk gebouwd, kort in lendenen, bijzonder actief, breed in schedel, breed en
diep in borst en ribben, breed en sterk in lendenen en achterhand.
Goed temperament, erg behendig. Buitengewoon goede neus, zacht in de mond,
uitgesproken liefhebber van water. Een toegewijde, zich makkelijk aanpassende
metgezel.
Intelligent, levendig en gezeglijk, met een sterke wil zijn baas te behagen.
Vriendelijk karakter zonder spoor van agressie of ongepaste schuwheid.
Intelligent, aanhankelijk en 'the will to please' is ruim aanwezig. Vriendelijk,
zonder een spoor van agressiviteit of angst. Is graag bij de mensen en is een
prettige huisgenoot. Wanneer hij veel beweging krijgt in de vrije natuur, is het
een rustige huishond, maar getraind als jachthond komt hij toch het meest tot
zijn recht.
Schedel breed met een duidelijke stop, scherp besneden zonder vlezige wangen.
Kaken middelmatig lang, krachtig en niet spits toelopend. Neus breed, neusgaten
goed ontwikkeld.
Middelmatig groot, met intelligente en vriendelijke uitdrukking, bruin of
hazelnootkleurig.
Niet groot of zwaar, dicht tegen het hoofd aanliggend en vrij ver naar achteren
geplaatst.
Kaken en gebit sterk met een volmaakt, regelmatig en compleet scharend gebit,
dat wil zeggen dat de bovenste tanden net over de onderste tanden heen vallen en
recht in de kaak staan.
Droog, sterk, krachtig, geplaatst op goedliggende schouders.
Schouders lang en schuinliggend. Voorbenen voorzien van stevige botten en recht
van de elleboog tot de grond, zowel van voren als van opzij bezien.
Borstkas van goede breedte en diepte, met goed gewelfde, tonvormige ribben.
Horizontale bovenbelijning. Lendenen breed, kort en sterk.
Goed ontwikkeld, niet naar de staart aflopend, goed gehoekte knie. Laag
geplaatste hakken, koehakkigheid hoogst ongewenst.
Rond, compact, goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen.
Kenmerkend voor het ras, erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar de
punt, van middelmatige lengte, vrij van bevedering, maar rondom dik bekleed met
een korte, dikke, dichte vacht, waardoor de ronde vorm ontstaat die beschreven
wordt als ‘otterstaart’. Mag vrolijk gedragen worden, maar mag niet over de rug
krullen.
Vrij, voldoende bodem beslaand, recht en zuiver zowel voor als achter.
Kenmerkend voor het ras, kort, dicht, zonder golven of bevedering, vrij hard
aanvoelend, weerbestendige ondervacht.
Geheel zwart, geel of lever/chocoladekleurig. De gele kleur kan variëren van
licht roomkleurig tot vossenrood. Kleine witte vlek op de borst is toegestaan.
Ideale schofthoogte reuen 56-57 cm, teven 54-56 cm.
12-13 Jaar